De Valtellina
Honderdtwintig kilometer dal van oost naar west, met de wijngaarden onderin en de gletsjers bovenin.
De Valtellina is een afwijkend dal: het loopt van oost naar west in plaats van noord naar zuid, en daardoor heeft het een flank die altijd in de zon ligt en een die altijd in de schaduw ligt. Op de eerste staan over vijftig kilometer met de hand gebouwde wijnterrassen op stapelmuren, een landschap dat op de Cinque Terre lijkt maar dan in de bergen.
Achterin het dal klimt de weg naar de grote passen: de Stelvio, met achtenveertig haarspeldbochten de hoogste geasfalteerde weg van Italie, de Gavia, de Bernina naar Zwitserland. Bormio heeft Romeinse thermen die nog in gebruik zijn, Livigno is belastingvrij en men gaat er evenzeer heen om te winkelen als om te skien.
In de zomer
Wordt er gelopen. Het Stelviopark is het grootste nationale park van de Italiaanse Alpen, de Val Masino en de Val di Mello hebben granietwanden die klimmers uit heel Europa trekken, en het Valtellinapad loopt honderd vrijwel vlakke kilometers door het dal, geschikt voor fietsen en kinderen.
De campings
Het zijn er weinig, klein en vrijwel allemaal in het dal tussen Sondrio en Bormio. Veel blijven in de winter open omdat hier geskied wordt. De toegangswegen naar de zijdalen zijn smal en steil: met een lang voertuig vraag je vooraf.